Delen met:

Waarom een weerbaar kind niet hoeft te kunnen vechten

Als kind kon ik me goed verdedigen. Ik was Nederlands kampioen karate en vierde van Europa. Op het Europees kampioenschap na, won ik iedere wedstrijd. Toch was ik niet weerbaar. Dat zat 'm, achteraf gezien, in een gebrek aan zelfvertrouwen en eigenwaarde. Dat blijkt wel uit de reden waarom ik mijn uiterste best deed op de mat: niet om te winnen, maar om te voorkomen dat ik afging.

Als ik mijn kindertijd over mocht doen, zou ik het allemaal weer doen, want het karatespelletje is leuk. Maar dan graag zonder de faalangst en de onzekerheid.
Weerbaarheid is veel meer dan je fysiek kunnen verdedigen. Het is je fijn en zelfverzekerd voelen. Als je weerbaar bent, weet je ook om te gaan met negatieve gevoelens en gedachten, zoals faalangst.

Op de middelbare school werd mijn gebrek aan weerbaarheid alleen maar groter. Kleine dingen raakten mij flink. Wat voor de anderen een onschuldige opmerking was, vond ik ontzettend irritant. Toch lachte ik mee.
In de klas werd ik verbaal agressief tegen leerkrachten, ik gedroeg me onbeschoft en hield geen rekening met het gevoel van de ander. Om 'leuk' gevonden te worden en mee te doen met de rest, was ik bezig met dingen die me in de problemen brachten. Ik werd een aantal keer geschorst, werd bijna van school gestuurd en ik heb geluk gehad dat ik - in tegenstelling tot enkele vrienden - niet in aanraking kwam met de politie.

Was ik wel weerbaar geweest, dan had ik 'nee' gezegd en mijn eigen grenzen gesteld. Dat zelfvertrouwen had ik niet, evenmin als balans; óf ik was teruggetrokken en verlegen óf ik gedroeg me luidruchtig en had een grote mond

Weerbaarheid is veel meer dan fysieke verdediging' - Jaleesa Kodden


Tijdens mijn studie Toegepaste psychologie kreeg ik inzicht in de betekenis van weerbaarheid en groeide mijn eigenwaarde. En ik ontdekte dat veel kinderen en jongeren die balans missen. Tijdens een stage zag ik een meisje een jongen slaan. De jongen maakte zich klein en kroop in een hoek. Hij liet zich raken zonder te reageren, tot er een begeleider tussen kwam.

Dat raakte mij. De jongen had zich fysiek kunnen verdedigen of op een andere manier duidelijk kunnen maken dat hij zich niet liet slaan. Overigens raakte het gedrag van het meisje me net zozeer. Daaruit bleek maar weer dat fysieke kracht niet vanzelfsprekend voor mentale kracht zorgt. Slaan komt immers voort uit frustratie of onzekerheid. Dat had ik als kind zelf ook ervaren.
Met die jongen wil ik boksen, dacht ik. Niet om hem te leren vechten, maar om grenzen te leren aangeven. En met het meisje ook, om te werken aan haar zelfbeeld en zelfbeheersing.


Bij Movemental koppelen we fysieke en mentale weerbaarheid


Dat is wat de weerbaarheidstrainingen van Movemental onderscheidt van die van andere aanbieders: ik ken veel vechtsporters die kinderen en jongeren leren zichzelf fysiek te verdedigen, maar de psyche er niet in betrekken. Bij Movemental koppelen we fysieke en mentale weerbaarheid.

Daar komen soms oefeningen uit vechtsporten bij kijken, maar het gaat niet om de sport op zich, of om de techniek. We werken aan de houding van het kind, het aangeven van grenzen en bewust worden van het gevoel dat bijvoorbeeld een stoot met zich meebrengt. Hoe voelt het om een stoot te geven? En hoeveel kun je hebben, wanneer gaat het te hard? De kracht van weerbaarheidstraining zit in voelen en ervaren.


Alles wat je in de trainingszaal oefent, in de praktijk brengen


Voor resultaat in het dagelijks leven is het belangrijk om alles wat je in de trainingszaal oefent, in de praktijk te brengen. Thuis, op school, bij vriendjes, met familie en op straat. Daarom geven we kinderen oefeningen mee naar huis. Denk bijvoorbeeld aan oefeningen om bewust te raken van gedachten. Wat gebeurde er, wat voelde je en wat dacht je toen? Of, vraag eens aan iemand anders waar jij trots op mag zijn? Ieder kind krijgt oefeningen op maat.

Het resultaat is dat het kind beter in zijn vel zit. Een kind dat somber was, loopt weer fluitend door het huis. Een meisje dat door negatieve gedachten geen leuke dingen meer durfde te doen, herkent die gedachten nu, maakt er korte metten mee en gaat weer op pad. Zij wijst nu zelfs haar moeder op niet-helpende gedachten. 'Mam, dat is een prut-gedachte', zegt ze dan. En een jongen die in zijn klas snel ruzie had, heeft nu meer zelfbeheersing, door eerst te denken en dan te doen. Zijn klasgenootjes hebben nu ook meer begrip voor hem; ze zien zijn goede wil en verandering. Door dat begrip voelt hij zich ook fijner.

Mijn droom is dat zo veel mogelijk kinderen en jongeren de kans krijgen om weerbaar te worden. Dat kan alleen als weerbaarheidstraining als vak gezien en gewaardeerd wordt. Hoe mooi zou het bijvoorbeeld zijn als weerbaarheid een vak op school werd? Dat het net zo gewoon wordt als leren lezen en rekenen?
Vier jaar na oprichting van Movemental zet ik me dan ook niet meer alleen in voor de kinderen en jongeren, maar ook voor de trainers zelf. Samen kunnen we het vak weerbaarheidstrainer volwassen maken en zo meer gezinnen gelukkig maken.

Dus ben jij weerbaarheidstrainer en wil je eens praten over ons vak en jouw dromen voor de toekomst? Ik ontmoet je graag!


Wil jij of jouw kind groeien door weerbaarheid? Je bent meer dan welkom bij Movemental.