Delen met:

Van onzeker zijn naar zelfvertrouwen

Door op

(Deel 1 van 3)

“Mijn moeder zegt wel dat ik het kan, maar ja... dat zegt ze natuurlijk omdat ze mijn moeder is. Het lukt me toch niet.”

Hoe zorg ik dat de negatieve gedachten stoppen? Een vraag die ik kreeg van een meid, maar die helaas niet met 1 antwoord is op te lossen.


Vandaag ga ik proberen het begin van het antwoord te geven. Een compleet antwoord wordt te lang en kun je verder lezen in onze deel 2.

Om de vraag juist te beantwoorden, zouden we eerst dieper in moeten gaan op de betekenis van die negatieve gedachte. In dit voorbeeld de gedachte ‘ik kan het niet’, maar dit kan ook ieder andere gedachte zijn zoals ‘ik word buitengesloten’, of ‘ik ben vast raar’.

Ten eerste:
wat denk je eigenlijk écht? Wat gaat er dan denk je gebeuren als je het niet kan? Vaak zit er nog een onbewuste overtuiging achter. Dit is de negatieve gedachte die de onzekerheid, angst, frustratie of een ander negatief gevoel veroorzaakt.

Ten tweede:
Is de overtuiging ‘waar’? Het op jezelf leren vertrouwen gaat namelijk anders als het om een irrationele negatieve gedachte gaat, dan wanneer het om een rationele negatieve gedachte gaat.



Belemmerend
en onwaar

De gedachte is irrationeel
Stel je denkt telkens weer voor het maken van een toets dat je het niet kan. Je krijgt faalangst, je kan je nergens anders meer op focussen dan de gedachte ‘ik kan het niet’. Je haalt vervolgens ook nog een onvoldoende. Jouw overtuiging lijkt te kloppen, maar als je het echt realistisch bekijkt, weet je dat je het wel in je hebt. Je weet dat je tijdens de gewone lessen altijd het antwoord kent. Je hebt goed geleerd en tijdens de overhoring wist je 9 van de 10 keer het juiste antwoord. Alleen op het daadwerkelijke moment van de toets lukt het even niet.

Of misschien haalt je kind zelfs goede cijfers, maar blijft hij denken ‘ik kan het niet’. In beide situaties is de gedachte ‘ik kan het niet’ onwaar. Of te wel; de gedachte is irrationeel. Het belemmert je tijdens de toets. Het maakt je bang en zorgt dat je niet kunt laten zien wat je eigenlijk in je hebt.

Écht overtuigd zijn
Maar probeer daar maar eens echt van overtuigt te zijn dat jouw gedachte niet klopt. Een negatieve gedachte is niet zomaar te veranderen, of te negeren. Zelfs niet als je eigenlijk wel weet dat hij niet klopt.

Wat helpt is dat het kind begrijpt hoe angst, maar ook alle andere gevoelens, ontstaan en dat die te controleren zijn. Een gevoel start altijd met een gedachte. Het helpt echter vaak niet om je kind dit te gaan te vertellen. Ook niet om te gaan vertellen dat zijn angst wel weg zal gaan als hij zijn gedachte veranderd.

Wat wel helpt, is het zelf
ervaren dat het zo werkt. Dat je gevoelens, je kracht en je gedrag per direct kunnen veranderen als je je gedachte veranderd!

Bij een irrationele gedachte gaat het dus om het bewust worden van je eigen kunnen. Dit is ook wat we uitgebreid doen tijdens ons
weerbaarheidsprogramma.

Daarnaast is het zinvol om te zoeken naar de daadwerkelijke bewijzen die laten zien dat zijn of haar belemmerende gedachte niet (helemaal) klopt. En bewijzen die laten zien dat de helpende positieve gedachte wél klopt.

Alleen dit kan ervoor zorgen dat een kind écht overtuigd kan zijn van zichzelf.

Belemmerend maar
waar

De gedachte is rationeel
Bij een gedachte die wel ‘waar’ is, een rationele gedachte, zal bovenstaande niet werken. Je hebt immers ..... lees verder